Taal
De opgaven 1 tot en met 4 bestaan uit vier zinnen. De vraag is steeds: In welke zin is het schuin gedrukte woord fout gespeld?
- Opgave 1.
- A- Bente heeft het aan haar moeder gevraagd.
B- Hij sloeg de spijker op zijn kop.
C- Mirthe had een goed raport.
D- Het onderwerp ruimtevaart wekt zijn interesse.
- Opgave 2.
- A- Carolien weet precies wat zij wil.
B- Flappie heeft een mooi konijnenhok.
C- De kikker maakte een reuzesprong.
D- De voetbalfinale was erg spannend.
- Opgave 3.
- A- Marion lachte hard om de grap.
B- De krantenbezorger verspreidde veel kranten.
C- Morgen beantwoordden zij de mail.
D- Het brood kost twee euro.
- Opgave 4.
- A- Sjaak gaat voor de eerste keer fietsen.
B- Familie Pietersen gaat in de vakantie skiƫn.
C- Yarin is het achste kleinkind van oma.
D- Op de radio was een mooie melodie.
- Opgave 5.
- Wat betekent het spreekwoord:
Hij heeft een aartje naar zijn vaartje!
A- Hij heeft geluk
B- Hij heeft net zoveel geluk als zijn vader
C- Hij vaart graag samen met zijn vader
D- Hij heeft hetzelfde gedrag als zijn vader - __________________________________________________________________
- Antwoorden
- 1C
- 2C
- 3C
- 4C
- 5D
- _________________________________________________________________
-
- Opgave 1.
- In deze opgave staat een verhaaltje door elkaar.
Daarin staan de zinnen in een verkeerde volgorde.
Misschien staat er zelfs een zin in die er helemaal niet in hoort te staan.
Zet de zinnen in de goede volgorde en beantwoord dan de vraag: wat is de eerste zin?
1- Ze is direct terug gegaan naar de plek waar ze het mobieltje had verloren.
2- Zij was haar mobieltje kwijt geraakt bij het sporten.
3- Tamara haar mobieltje toch nog terug gevonden.
4- De hond had net zijn brokken op.
5- Een voorbijganger had de mobiel gevonden.
A- zin 1
B- zin 2
C- zin 3
D- zin 4
- Opgave 2.
- Wat is het tegengestelde van het schuin gedrukte woord? Die lijnrechter is achterbaks.
A- langdradig
B- betrouwbaar
C- trouw
D- vakkundig
- De opgave 3 t/m 5 horen bij een tekst waaruit stukjes zijn weggelaten.
Op de plaats waar die stukjes stonden, staa nu de vragen.
Onder de tekst vind je hetzelfde nummer met de vier vragen.
Lees eerst de tekst goed door! Maak daarna de opgaven. .
-
Politie doet een verkeerscontrole ...
Er werden vijf bestuurders betrapt VRAAG 3 ....... en er werden evenveel roze pasje ingevorderd omdat bestuurders veel te hard reden of veel te veel hadden gedronken. Vier anderen die VRAAG 4....., kregen een rijverbod.
Het merendeel van de bekeuringen werd uitgedeeld voor verschillende overtredingen zoals het rijden met bevroren ruiten, geen helm dragen,
het negeren van een VRAAG 5 verkeerslicht, het ontbreken van fietsverlichting en met een te hoge snelheid rijden.
- Opgave 3.
- A- met een losse hond in de auto
B- zonder gordel om
C- zonder licht
D- zonder rijbewijs
- Opgave 4.
- A- gedronken hadden
B- brutaal waren
C-geen rijbewijs hadden
D- niet meewerkte
- Opgave 5.
- A- knipperend
B- kapot
C- stopteken
D- rood
- ___________________________________________________________________

Maak jouw eigen website met JouwWeb